Privacy beleid
Logo Vrienden Particuliere Historische Buitenplaatsen

"Wij delen de liefde voor de schitterende buitenplaatsen en kastelen in Nederland en steunen de instandhouding van dit nationale erfgoed"

Word ook vriend!

Unieke excursies

Tijdschrift Het Buiten (3x p/j)
Zie http://www.het-buiten.nl/

Behoud de buitenplaatsen

Deelt u onze liefde voor de schitterende buitenplaatsen en kastelen in Nederland?

word vriend

Privacy beleid

Agenda 2020

Excursie A: zaterdag 18 april 2020
De Moeren te Zundert en Huis Weilust te Breda

Tot onze spijt is deze excursie geannuleerd i.v.m. maatregelen coronavirus.

De Moeren

De geschiedenis van Landgoed de Moeren gaat terug tot 1543, wanneer door René de Chalon, heer van Breda, aan Jan Snellen en enkele andere ingezetenen van die stad "52 bunderen overdolven moeren in 't groen" onder Zundert worden uitgegeven voor turfwinning.

In 1646 laat Willem Snellen, burgemeester van Breda, hier een aantal ontginningsboerderijen bouwen op de uitgestrekte heidevelden. In 1790 had het landgoed een oppervlakte van ongeveer 1290 ha. Tegenwoordig is er nog 250 ha over, waarvan 116 ha bos, 70 ha cultuurgrond en 35 ha natuurgebied.

In 1791 trouwt Agatha Snellen met Govert George van der Hoeven. Zij beginnen met de aanleg van de buitenplaats en met de bouw van huize De Moeren. Het landhuis wordt in 1818 gebouwd, in empirestijl. Bijzonder aan het landhuis is de klokkentoren uit 1663 die afkomstig is van de in 1799 ontmantelde rechtbank van Wernhout, een van de hoogste gerechtsorganen in de Zuidelijke Nederlanden. Tot op heden wordt het landgoed nog altijd beheerd door de familie Van der Hoeven. Het maakt deel uit van de Turfvaartse landgoederen is één van de meest bijzondere en authentieke landgoederen langs de Bredase Turfvaart.

De nu nog resterende 250 ha wordt gekenmerkt door de vele lanen, singels en houtwallen, die het karakteristieke landschap vormen. De Moersebaan, één van de vele lanen, maakt deel uit van een bestaand cluster: landhuis met park en herberg In den Anker.

Adres: de Moeren | Rucphenseweg 37 | 4882 KB Zundert | www.demoeren1818.eu

Weilust

Al in 1442 werd de grond vermeld waarop later de buitenplaats zou worden gebouwd. Aanvankelijk had deze grond echter een agrarische functie. Er stond een boerderij met de naam “Florenstede”. Deze werd in de Tachtigjarige Oorlog door brand verwoest, tijdens de belegering van Breda door Spinola. In 1720 wordt Pieter Guenellon uit Breda eigenaar. Hij bouwt een herenkamer aan de boerderij, als buitenverblijf.

Via verschillende eigenaren komt het oude herenhuis in handen van J.J. Havermans, een Bredase brouwer, die het in 1787 vervangt door het nu nog bestaande huis, gebouwd tegen de oostelijke muur van de toenmalige boerenhoeve. Vermoedelijk is toen ook de naam Weilust bedacht, wat lijkt in te houden dat vermaak in het buitenleven een belangrijke rol speelde voor de stichter.

In 1823 werd tegen de noordgevel van het herenhuis nog een klein perceel aangebouwd. Weilust is door drie generaties Havermans in de zomer als buitenverblijf gebruikt, tot het door vererving naar de familie Ingen Housz overging. In de jaren ’50 werd de boerderij aan de pachters verkocht. In 1969 vindt een restauratie van het herenhuis plaats. Hierbij wordt de monumentale boerderij afgebroken. In 1998 koopt de familie Romme het huis. Er volgen nieuwe restauraties; onder andere wordt een woonvleugel ontworpen waarmee de contouren van een aan het herenhuis verbonden boerderij worden hersteld. Het ensemble van gracht, park, erf en gebouwen vormt een zeldzaam en goed bewaard geheel van een Brabantse buitenplaats. Het interieur heeft interessante details, zoals gaaf bewaard gebleven arcadische wandschilderingen en vele oude deuren en kozijnen.

Weilust | Heusdenhoutseweg 21 | 4817 NA Breda

Excursie B: zondag 17 mei 2020
Leeuwenburgh en Sterkenburg te Driebergen-Rijsenburg

Tot onze spijt is deze excursie geannuleerd i.v.m. maatregelen coronavirus.

Leeuwenburgh

Leeuwenburgh is gelegen aan de lommerrijke Langbroekerwetering. Het huis ligt in een historisch en ecologisch belangrijk gebied waar twee landschappen samenkomen. Het Langbroek was oorspronkelijk een moerasbos, gelegen tussen de stroomruggen van de Kromme Rijn en de Utrechtse Heuvelrug.

Deze buitenplaats werd gebouwd in 1657 door Christiaan van Vianen in opdracht van de Utrechtse patriciër Gerard Zoudenbalch. Het huis wordt dan naar deze eigenaar Zoudenbalch genoemd. Het blokvormige huis bestond uit drie verdiepingen en was omgracht. Via een stenen brug over de gracht kwam men bij de ingang op de eerste etage.

Tien jaar later, in 1667, koopt Melchior Toussain het huis en verandert de naam in Leeuwenburgh. Niet veel jaren later wordt Gideon Boudaan de eigenaar. Waarschijnlijk wordt door hem rond 1700 opdracht gegeven om een complex tuinen aan te leggen dat zich uitstrekt van de Gooyerdijk tot aan de Kromme Rijn. Leeuwenburgh, met de heerlijkheid Hardenbroek, wordt in 1808 verkocht aan Arnoud Jan van Westrenen, heer van Sterkenburg.

In 1854 wordt het landgoed gesplitst nagelaten aan twee neven De Beaufort. Later komt Leeuwenburgh weer in één hand, te weten die van Jonkheer Pieter de Beaufort. In opdracht van Pieter vindt er in 1859 een grootscheepse verbouwing plaats van Leeuwenburgh, die er eigenlijk op neerkomt, dat het hele huis herbouwd wordt. Daarbij wordt de gracht zo goed als gedempt.

Ook werd in de negentiende eeuw een deel van de tuin veranderd in landschapsstijl, waarbij aan de achterzijde van het huis een vijver werd gegraven. Het interieur van het huis is bijzonder goed bewaard gebleven. Zo is er een zaal met beschilderd behang, dat in de negentiende eeuw is aangebracht. Aan de oostzijde van het hoofdgebouw staat in een boomgaard met aangrenzende moestuin een houten duiventoren uit 1880. Een monumentaal toegangshek aan de zijde van de Langbroekerdijk markeert de ingang. De familie De Beaufort is tot op de dag van vandaag eigenaar van het landgoed.

Kasteel Leeuwenburgh | Langbroekerdijk 39 | 3972 NC Driebergen-Rijsenburg

Kasteel Sterkenburg

De oudste vermelding van Sterkenburg dateert uit 1261, toen bepaald werd dat graaf Otto II van Gelre van de Utrechtse bisschop Hendrik van Vianden het “castrum Langebruch” (ofwel burcht in het Langbroek) zou krijgen. Het kasteel Sterkenburg zou gedurende vele eeuwen een leen van Gelre blijven. De eerste heren van Sterkenburg stamden uit het roemruchte huis van de heren van Wulven, een machtige Stichtse familie waar veel ridderhofsteden uit de omgeving hun oorsprong aan danken, zoals o.a. Hindersteyn en Nederhorst den Berg. Wellicht was Ernst van Wulven de eerste heer van Sterkenburg (eind dertiende eeuw). Het geslacht Van Sterkenburg stierf in de vijftiende eeuw uit. In 1536 wordt Sterkenburg als ridderhofstad erkent. Het huis overleeft de tijd en gaat door koop of vererving van hand tot hand. Rigoureuze verbouwingen vinden plaats in 1767 en 1849. Dan verdwijnt de middeleeuwse achtergevel en wordt het geheel meer een representatief herenhuis, aangevuld met een nieuwe vleugel. Karel Kneppelhout (1818-1850) is dan de opdrachtgever. Ondanks de verbouwingen blijft de oude ronde toren behouden. In 1867 krijgt het kasteel zijn vierkante toren erbij. Vanaf 1970 was het landgoed in bezit van de familie Steengracht. In 2004 kwamen het kasteel en het landgoed in handen van Stichting tot behoud van de historische buitenplaats "Sterkenburg". Tot de beschermde onderdelen van het landgoed behoren behalve het kasteel onder meer het Koetshuis, het Tuinmanshuis, de moestuinmuren, het park en de tuinen. De Oranjerie, de berceau en de negentiende-eeuwse duiventoren zijn gezichtsbepalende onderdelen. De historische tuin- en parkaanleg is een representatief voorbeeld van een grotendeels bewaard gebleven aanleg in landschapsstijl, waarschijnlijk naar een ontwerp van Hendrik van Lunteren (1780-1848).

Kasteel Sterkenburg | Langbroekerdijk 10 | 3972 ND Driebergen-Rijsenburg | www.kasteelsterkenburg.nl

Excursie C: zondag 7 juni 2020
Bellinckhof te Almelo en Herinckhave te Fleringen

Tot onze spijt is deze excursie geannuleerd i.v.m. maatregelen coronavirus.

Bellinckhof te Almelo

Een halve kilometer van deze buitenplaats heeft een havezate gelegen, bewoond door het geslacht Bellinckhave. Bellinckhof ontleent hieraan zijn naam. In 1913 koopt Johannes ten Cate (1875-1953) gronden voor de bouw van een landhuis. Architect Muller maakt een ontwerp voor een huis in neoclassicistische stijl. Mogelijk voldeed dit ontwerp niet, architect Hanrath maakt een tweede, definitief ontwerp. Een huis met een I-vormige plattegrond in de Um-1800 bouwstijl met Engelse invloeden komt tot stand.

De Um-1800 bouwstijl is een conservatieve bouwstijl, als reactie op het rationalisme van bijvoorbeeld Berlage. Deze stijl vond haar hoogtepunt tussen 1905-1914. Aan de achterzijde van het huis is een balkon, dat op zuilen rust en een gemetseld terras met trappen naar de tuin te vinden.

Bij het huis horen twee identieke dienstwoningen en een koetshuis. Het interieur heeft nog de oorspronkelijke afwerking, gestucte plafonds en tal van elegante Lodewijk-stijlen, mahoniehouten betimmeringen, kamers die worden benoemd naar de kleur van de wandbespanning, schouwen en twee oorspronkelijke AGA fornuizen.

In de periode tussen 1917 en 1921 werd aan de bekende tuin- en landschapsarchitect L.A. Springer verzocht een ontwerp voor het omringende park te maken, waarin het huis en het omringende park één geheel moesten vormen. Achter het huis werd een geometrische tuin aangelegd met rozenperken en loodrecht op het huis aanlopende paden. Verder verwijderd van het huis werd voor een landschappelijke aanleg gekozen met slingerende paden, een loofberceau, boomgroepen en waterpartijen. In de loop der tijd is de parkaanleg sterk vereenvoudigd. Het park blijft nog steeds een fraai geheel vormen met het huis. De totale oppervlakte van het landgoed beslaat circa 45 ha. Het huis wordt nog steeds bewoond door de familie ten Cate.

Bellinckhof | Wierdensestraat 208 | 7604 BR Almelo

Herinckhave te Fleringen

Herinckhave ligt ten zuidoosten van Tubbergen, nabij het dorpje Fleringen. Aan het eind van de veertiende eeuw komt de Twentse “Hoff” te Vleringen in bezit van het geslacht Grubbe. Daarvoor was het in bezit van het riddermatige geslacht Van Vlederingen. Via het huwelijk in 1729 van erfdochter Grubbe met Friedrich Christian Von Bönninghausen gaat Herinckhave over in dit Westfaalse geslacht. Het landgoed (circa 60 ha) is nog steeds in bezit van deze familie. Het huis zelf werd in 1968 overgedragen aan de Overijsselse Kastelen Stichting, maar wordt wel particulier bewoond. In 1959 woedde er een brand. Het huis is in 1973 in volle glorie hersteld. In het midden van de zeventiende eeuw bouwden de Grubbe’s een eenvoudig L-vormig huis van een bouwlaag, omringd door een gracht. Zoals vaak in Oost Nederland ligt er een voorplein, geflankeerd door twee bouwhuizen. In het rechter bouwhuis is het boerenbedrijf ondergebracht en in het linker de huiskapel en de oranjerie. De huiskapel dateert van 1769, toen daar al regelmatige misvieringen werden gehouden. In de kapel liggen enkele grafzerken van bezitters van Herinckhave.

Op het voorplein staan karakteristieke kanonnen, die recent gerestaureerd zijn. Op Herinckhave bevindt zich een watermolen, die al in 1521 in een kroniek wordt vermeld. Deze watermolen bleef tot 1740 in bedrijf als olie- en korenmolen. In 1988 werd de molen volledig gerestaureerd. Het hele complex wordt omgeven door grachten, die gevoed worden door de Fleringbeek. Het water van de gracht wordt op peil gehouden door de stuw van de watermolen. Het landgoed bestaat uit bossen en landbouwgronden. De aanleg van een aantal lanen van eiken en beuken dateert hoofdzakelijk uit de achttiende en negentiende eeuw.

Herinckhave | Herinckhaveweg 4 – 6 | 7666 LK Fleringen | www.herinckhave.nl

Excursie D: zaterdag 26 september 2020
Kasteel de Haar te Haarzuilens

Kasteel de Haar

Kasteel de Haar is het grootste en meest luxueuze kasteel van Nederland. Alleen daarom al zou een bezoek op ieders verlanglijstje moeten staan! Het bevindt zich dicht bij het Utrechtse dorpje Haarzuilens. Op de ruïnes van het oorspronkelijke kasteel werd het vanaf 1892 gebouwd, in neogotische stijl, onder architectuur van bouwmeester P.J.H. Cuypers, in opdracht van de toenmalige eigenaar Etienne baron van Zuylen van Nyevelt van de Haar. In ruim twintig jaar werd een architecturale eenheid geschapen. Het gebouw, het interieur en de tuinen vormen een geheel van hoog niveau, waarin ridderromantiek en christelijke symboliek gecombineerd zijn met een comfort zoals dat in die tijd naar internationale maatstaven vereist werd.

In dezelfde periode is het Stalplein aangelegd met woningen voor het personeel, paardenstallen en stallingen voor rijtuigen en auto’s. De Grote Laverie diende als wasplaats voor de voertuigen. Bij het kasteel is ook nog een lage vleugel gebouwd van twee verdiepingen, het Châtelet, waarin dienstvertrekken en het kantoor van de rentmeester werden ondergebracht.

Een eeuw lang heeft de familie van het kasteel mogen genieten. Dat deden vooral Thierry, kleinzoon van Etienne en Hélène, en zijn vrouw Gabrielle. Zij was de muze van Yves Saint Laurent, naast Catherine Deneuve. Dit echtpaar bracht glamour en stijl naar kasteel de Haar. Bekende personen als Brigitte Bardot, Sophia Loren en Roger Moore, Maria Callas en Michael Caine werden gefêteerd op het kasteel. De familie komt elke septembermaand naar het Châtelet. In 2000 werden het kasteel en het park (55ha) eigendom van Stichting Kasteel De Haar. Het Landgoed Haarzuilens (350 ha) kwam in het bezit van de Vereniging Natuurmonumenten. Alleen het Châtelet bleef eigendom van de familie. In 2012 is de volledige meubel- en kunstcollectie van de familie aan de Stichting Kasteel de Haar overgedragen.

De Haar | Kasteellaan 1 | 3455 RR Haarzuilens | www.kasteeldehaar.nl

Development: W3Company